Borgerhoff & Lamberigts gebruikt cookies om uw surfervaring beter te maken.
Akkoord

Waar ben je naar op zoek?

In gesprek met Raoul Servais 'Nostalgie is voeding voor de poëzie'

Raoul Servais is een van de meest innovatieve Belgische filmmakers van de twintigste eeuw. In april 2018 werd de man  negentig en dat blijven we vieren. Met een feest, een overzichtstentoonstelling in zijn thuisstad Oostende en een documentaire van Rudy Pinceel. En met Panoramic, een monografie waarin een grote selectie van originele documenten, (cellofaan)tekeningen en dit interview met de meester zitten vervat.

In 2018 opent in Mu.ZEE een permanente tentoonstelling met jouw werken. Wat betekent dat voor jou?

RS ‘Het is een hele eer om een permanente tentoonstelling te hebben in Oostende. Ik had nooit verwacht mijn werken naast schilderijen van Ensor en Spilliaert tentoongesteld te zien. Mijn bewondering voor beide kunstenaars is groot. Mijn opvatting van kunst leunt misschien wat dichter aan bij die van Spilliaert. Het mysterieuze in zijn werken boeit me.’

De stad Oostende ligt je na aan het hart.

RS ‘Oostende is mijn geboortestad. Ik koester mooie herinneringen aan mijn prille jeugdjaren voor de oorlog. De stad had toen een prachtige victoriaanse stijl met veel eenheid in architectuur. De kosmopolitische sfeer die er hing, vond ik als kind intrigerend. Ik woonde met mijn ouders in een oud achttiende-eeuws huis in de Kapellestraat. Voordien was het een hotel geweest, maar nu deelden we het met familieleden. Het grote huis had een ziel en een mysterieuze sfeer door de vele kamers en onderaardse gangen.’

Mysterie is een thema dat in veel van je films voorkomt. Film was voor jou altijd al een te ontdekken medium. Vanwaar komt die fascinatie?

RS ‘Mijn vader had in de Kapellestraat zijn porseleinwinkel, maar als hobby maakte hij huisfilmpjes. Hij bezat ook een grote collectie smalfilm, dat waren toen kleine spoeltjes van 9,5 mm. Kasten vol met films had hij! Die zijn helaas vernietigd in 1940 door de oorlog. Elke zondagnamiddag hield mijn vader voor mij een voorstelling met een korte film, een lange film en een animatiefilm op het programma. Ik was verzot op Charlie Chaplin en Felix de Kat. De bewegende beelden fascineerden me. Ik wilde weten hoe stille tekeningen in een film veranderden. Als mijn vader het niet zag, ging ik de spoeltjes bekijken. Op de opeenvolgende beelden stond dezelfde kat, maar telkens lichtjes verschillend. Ik begreep dat er veel tekeningen nodig waren, maar het mysterie van beweging bleef wanneer mijn vader aan de projector draaide. Dat mysterie heeft mij gedreven om animatiefilmer te worden.’

Waar heb je dat mysterie ontrafeld?

RS ‘Er bestonden nog geen scholen om het vak te leren en er was geen literatuur. Ik bezocht tekenstudio’s in Antwerpen en Parijs, maar zij hielden de techniek geheim uit angst voor concurrentie. Het ging zelfs zo ver dat de filmtechnici geen contact hadden met detekenaars en andersom. Ze wilden vermijden dat iemand het volledige proces zou kennen. Na veel sukkelen en dwaze experimenten ontdekte ik hoe je een animatiefilm moest maken. Mijn allereerste film, Spokenhistorie, maakte ik nog als student. Een zeer goede docent aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, Albert Vermeiren, wist van mijn enthousiasme en hielp me vooruit. Ik had geen geld om materiaal te kopen en hij knutselde een camera in elkaar uit een oude sigarendoos, meccanostukken en een oude lens. Voor die camera maakte ik tekeningen, zodat ik kon beginnen te experimenteren. Spokenhistorie was een kort filmpje – een heel slecht trouwens – maar het bewoog!’

De film waarmee je carrière begon was Havenlichten (1960).

RS ‘Havenlichten was mijn eerste afgewerkte product. Dat experiment was mijn leerschool. Ik maakte alles zelf, van scenario tot tekeningen en geluid. Twee jaar heb ik gewerkt aan die tien minuten. In de krant las ik over een nationaal filmfestival in Antwerpen en ik besloot mijn film op te sturen. Daar zag ik veel mooie tekenfilms. Ik vond Havenlichten slecht, dus maakte me geen illusies. Tot mijn grote verbazing kreeg ik de prijs voor animatiefilm. Dolgelukkig was ik! De jury vertelde me dat ik nog veel moest leren, maar ze wilde me steunen omdat ik de eerste was in België die afstand nam van de hollywoodiaanse stijl.’

Kan je ons meer vertellen over Havenlichten?

RS ‘De animatie is wat stuntelig en de sonorisatie gebrekkig, maar de grafiek is eenvoudig en krachtig. Het verhaal gaat over een gebroken straatlantaarn die afgedankt wordt, maar het leven van een visser redt wanneer de vuurtoren in slaap valt. Ik hou van de zee, maar ben er ook bevreesd voor. Ik kan ook niet zonder en moet haar horen of haar zilte geur ruiken. Als kind kon ik vanuit mijn slaapkamerraam het licht van de vuurtoren zien. Wanneer de storm raasde, hoopte ik dat de vissers op zee de lichtstralen van de vuurtoren konden zien en veilig naar de haven konden keren. Die gedachte komt een beetje terug in Havenlichten.’

Ook in Sirene (1968) komt jouw nostalgie naar de zee en de haven terug.

RS ‘Sirene speelt zich inderdaad ook af in een havenstad. Grote kranen en prehistorische vogels houden er de wacht in een verloren wereld. Een visser is getuige van een idylle tussen een zeemeermin en een scheepsjongen. De film wordt gedragen door twee hoofdkleuren en emoties: blauw staat voor het romantische en sentimentele, rood voor het dramatische. Het klassieke voorkomen van de menselijke personages en de gestileerde, geometrische vormgeving van de kranen, prehistorische vogels en vertegenwoordigers van de orde zorgen voor een contrast.’

Op welke manier toon je de minder poëtische kant in deze film?

RS ‘Na een schijnonderzoek wordt de visser onrechtvaardig beschuldigd van moord op de sirene. De vertegenwoordigers van de wet bundelen zich als één kracht tegen de puurheid van de poëzie. Onrecht is een relatief begrip dat de rechters kunnen hanteren.’

Waar komt jouw terugkerende politieke en sociale engagement vandaan?

‘De oorlog heeft sporen bij mij achtergelaten. Van een burgerlijk bestaan in mijn jeugd, belandde ik in de grote armoede. Ons huis werd vernield bij een bombardement. We hadden niets meer. De breuk was brutaal. Mijn familie en ik wisten nooit waar we zouden slapen ’s nachts of wanneer we zouden eten. Ik denk dat ik door die ervaring een soort sociaal engagement heb opgenomen. In mijn jeugdjaren ben ik ook geholpen door linkse vooruitstrevende bewegingen.’

Jouw tweede film, De valse noot (1963), gaat heel duidelijk over het thema onrechtvaardigheid.

RS ‘In De valse noot wordt een kleine muzikant geconfronteerd met armoede in een onverschillige maatschappij. Hij gaat op stap om geld bij elkaar te bedelen, maar de melodie van zijn draaiorgel eindigt steevast met een valse noot. Het was mijn eerste film die in de zalen vertoond kon worden. Met de prijs die ik ontving voor Havenlichten, kon ik een professionele 35mm-camera uit 1928 kopen. De valse noot werd ook zonder subsidies en
steun gemaakt, maar doordat ik op het filmformaat voor bioscoopzalen kon draaien, heb
ik een deel van mijn onkosten terugverdiend.’

Raoul Servais - Panoramic

Panoramic, de monografie van Raoul Servais werd gemaakt in samenwerking met vzw Fonds Raoul Servais en bevat nooit eerder vertoond materiaal.
Ontdek het boek

Anderen kochten ook