Borgerhoff & Lamberigts gebruikt cookies om uw surfervaring beter te maken.
Akkoord

Waar ben je naar op zoek?

Uit DNA van Lieven Scheire: dat moment waarop je ontdekt dat je een psychopaat bent

We zullen de komende jaren allemaal in aanraking komen met de menselijke genetica. Is het niet persoonlijk, dan wel in onze onmiddellijke omgeving. Ze staat te wachten op de drempel om je leven binnen te stappen en ze zal waarschijnlijk niet meer vertrekken. Als het zover is, zullen we heel wat vragen moeten beantwoorden. Wat willen we wel en niet weten uit ons eigen DNA? Wie mag ons DNA inkijken en wie niet? Laten we onze kinderen genetisch testen? Lieven Scheire schreef er een razend interessant boek over met enkel bijzonder frappante weetjes en anekdotes over DNA zoals onderstaand fragment over neurowetenschapper James Fallon.

Dat moment waarop je ontdekt dat je een psychopaat bent

James Fallon is een neurowetenschapper aan de universiteit van Californië die een tijdlang onderzoek deed naar de hersenen van psychopaten. Uit zijn verhaal blijkt dat genen je toekomst niet determineren, maar dat ze wel meespelen in hoe jij reageert op levenservaringen. Voor zijn research mocht Fallon in Amerikaanse gevangenissen hersenscans nemen van veroordeelde psychopaten. Na een tijdje merkte hij dat de MRI-scans van psychopatenhersenen duidelijke verschillen vertoonden met andere hersenscans. Op het einde van zijn onderzoek kon hij zelfs op het gezicht zien of een hersenscan van een psychopaat kwam of niet.

Vervolgens schakelde Fallon over op een onderzoek naar de ziekte van Alzheimer. Daarvoor had hij naast de patiënten met de aandoening ook een controlegroep nodig van gezonde personen. Hij vroeg daarom aan vrienden en familie of zij een scan wilden laten maken. Toen hij enkele dagen daarna binnenliep in het kantoor waar zijn assistenten die hersenscans sorteerden, verslikte hij zich bijna in zijn koffie. Eén scan uit de controlegroep had duidelijke trekken van psychopatenhersenen.

Iemand van zijn vrienden of familieleden was een psychopaat. James Fallon twijfelde. Wat moest hij doen? Kijken van wie die scan was of niet? Als hij keek, zou hij een redelijk vervelend gesprek moeten voeren, met een potentieel gevaarlijk persoon dan nog. Als hij niet keek, zou er drie jaar later misschien een moord worden gepleegd die hij had kunnen voorkomen.

Fallon besloot te kijken.
Hij was het zelf.
Zijn eigen hersenen waren psychopatenhersenen.

Toen moest hij toch even gaan zitten. Hij vertelde het aan zijn vrouw: ‘Schat, ik heb psychopatenhersenen.’ Zij antwoordde: ‘Dat verwondert me niets.’ Zijn vrouw had allang door dat hij amper in staat was om empathie te voelen. Toch is Fallon niet agressief, en sadistisch is hij al zeker niet. Hij haalt geen voldoening uit geweld. Hij vermoedt dat hij iemand perfect een pak rammel zou kunnen verkopen zonder zich daar schuldig over te voelen, maar hij ziet daar het voordeel niet van in. Hij heeft een mooie maatschappelijke positie als professor en agressief gedrag zou nadelig zijn voor zijn werk en zijn reputatie.

Dat hij weinig empathie voelde, besefte hij echter ook. Hij ervoer zelfs een aha-erlebnis: ‘Vandáár dat ze het altijd aan mij komen vragen als er iemand ontslagen moet worden uit het ziekenhuis.’ Zijn eigen onderzoek had hem al geleerd dat de kerneigenschap van een psychopaat net is dat hij zich niet kan inleven in het leed van iemand anders, ook niet als hij dat leed zelf heeft veroorzaakt. Dat klopte, want hij had het nooit erg gevonden om mensen te ontslaan.

James Fallon schreef zijn ervaringen neer in zijn boekje De psychopaat in mij. Daarin heeft hij het onder andere over zijn jeugd, zijn studententijd en zijn omgang met zijn vrienden. Het geeft een merkwaardig beeld van iemand die geen empathie voelt, maar die toch een joviale vriend en een hartelijk gezinslid kan zijn, want dat is ook voor hem de meest comfortabele positie.

Hij kán vriendelijk zijn en plezier maken, maar op het moment dat het hem niet meer interesseert, heeft hij er geen probleem mee om mensen aan de kant te schuiven. Hij heeft daar geen moeite mee, want hij kan zich toch niet inleven in hun gevoelens.

Fallon legde er zich bij neer dat hij effectief psychopatenhersenen had. Hij vroeg zich wel af waarom hij dan geen crimineel was geworden. Hoe was het mogelijk dat hij zich aan de wet hield en niet genoot van agressie? Zijn huidige theorie luidt: het is niet omdat je een genetische aanleg hebt voor psychopathie dat je een moordenaar wordt. Je wordt wel geboren met die aanleg, maar als je geen gewelddadige ervaringen hebt in je kindertijd en je jeugd, kun je een perfect normaal leven leiden. Hijzelf groeide heel beschermd op. In zijn vroege  jeugd had hij geen ervaringen die hem leerden dat agressie een voordeel oplevert. Slecht gedrag werd bij hem thuis afgestraft, goed gedrag werd beloond: dat was zijn leerproces.

Van veroordeelde psychopaten wist hij dat zij een andere jeugd hadden gehad. Veel psychopaten die wél aan het moorden slaan, hebben in hun kindertijd situaties gezien of meegemaakt waar de agressor de winnaar bleek te zijn. Zelfs als ze zelf het slachtoffer werden van agressie, zat dat patroon zo in hun hersenen: wie geweld gebruikt, trekt aan het langste eind.

Word je niet geboren met psychopatenhersenen, dan krijg je na zo’n ervaring waarschijnlijk een posttraumatische stressstoornis. Heb je wel psychopatenhersenen, dan ligt de weg open naar crimineel geweld. Ook bij de Golden State Killer was dat zo. Als kind had hij gezien hoe zijn jongere zusje werd verkracht door twee mannen. In plaats van een degout te krijgen van geweld sloeg Joseph James DeAngelo zelf aan het verkrachten en het moorden. Hij had immers een psychopathische aanleg en zijn ervaringen zetten hem op het verkeerde pad, wat leidde tot minstens dertien moorden en ruim vijftig verkrachtingen.

Boek in de kijker

DNA

Lieven Scheire

Lieven Scheire werpt een blik vooruit naar de nabije toekomst en u mag zelf beslissen of die toekomst u hoopvol of angstig stemt.

Ondertussen kunt u wel uitpakken met honderden razend interessante weetjes over ons DNA.

Meer over het boek

Anderen kochten ook