Borgerhoff & Lamberigts gebruikt cookies om uw surfervaring beter te maken.
Akkoord

Waar ben je naar op zoek?

Herbeleef het moment de gloire van Royal Antwerp FC

Na 12 jaar tweede klasse speelt Royal Antwerp FC eindelijk terug aan de top van het nationale voetbal. Daarnaast krijgt de oudste voetbalclub van het land ook het papieren eerbetoon dat het verdient: Liefdevolle kleuren. Een boek dat de rijke geschiedenis van de club tastbaar maakt. Auteur Filip Osselaer heeft de ziel van Antwerp treffend weten te capteren in zijn haast filmische stijl. Hieronder alvast een uittreksel over een van de absolute hoogtepunten. 12 mei 1993, Wembley stadium.

Een hoogtepunt met een aantrekkelijk voorspel

Er zijn van die dagen die met stip genoteerd staan in de glorierijke annalen van een clubgeschiedenis. Er zijn van die dagen die geen enkele fan nog ooit vergeet.

12 mei 1993 is zo’n dag in de historie van Royal Antwerp FC.

Zo’n hoogtepunt begint altijd al een stuk vroeger, met een voorgeschiedenis, met een aantrekkelijk voorspel.

Bij The Great Old begon die voorgeschiedenis bijna een jaar vroeger, op zondag 7 juni 1992. Die dag, om 16 uur, floot scheidsrechter Alphonse Constantin in het Olympiastadion in Brugge de finale van de Beker van België op gang. In de halve finale had KV Mechelen Standard Luik uitgeschakeld. Antwerp was te sterk geweest voor AA Gent. Het werd op 7 juni een knotsgekke finale. ‘Een drie uur durende thriller’, schreven de journalisten ’s anderendaags in hun kranten. Aanvankelijk was het nochtans allemaal niet veel soeps geweest, de verslaggevers ter plaatse vonden het alleen maar saai en een tikkeltje lachwekkend: ‘De eerste helft kon niet bevredigen. Albert dieeen bal buiten het stadion joeg, dat was het markantste feit. De bal bleef ergens in het Sint-Andrieskwartier achter en dat zorgde voor hilariteit binnen de stadionmuren. Wat bleek? De bond, organisator van deze happening, had kennelijk geen reservebal voorradig,tenzij iemand bij gebrek aan een pomp het materiaal met de mond stond op te blazen. Hoe dan ook, het duurde een eeuwigheid voor er een nieuw zwart-wit geblokt ding tussen de lijnen rolde.’ De commentaren waren duidelijk: ‘Na 45 minuten werd er volop van een zwakke finale gesproken.’

Lang bleef het 0-0, KV Mechelen was beter dan Antwerp, tot een stuk in de tweede helft: ‘Emmers vlamde op de vuisten van Ratko Svilar, Albert dribbelde R. Antwerp FC op een hoopje, Arambasic verknoeide een open kans’, vertelden de verslaggevers. Maar toen scoorde Antwerp toch, de club was op weg naar winst: ‘Een vrijschop van Patrick Van Veirdeghem werd feilloos en enig mooi door Wim Kiekens ingekopt (0-1).’ Er waren minder dan twintig minuten te spelen, nog even volhouden en de beker kon mee naar Deurne. In de 88e minuut maakte Zlatko Arambasic tóch nog gelijk: 1-1, en dus kwamen er verlengingen. KV Mechelen kwam daarin direct op voorsprong, met een goal van René Eykelkamp. De droom van een nieuwe Belgische beker, 37 jaar na de winst tegen Thor Waterschei – het werd op 19 juni 1955 op de Heizel 4-0 –, leek over. Maar Antwerp rechtte toch nog eens de rug, drie minuten voor affluiten
maakte Alex Czerniatynski er 2-2 van.

En toen werd het een zot gedoe, met een reeks van 22 penalty’s. Nico Broeckaert was in het seizoen 1983-1984 bij KV Kortrijk in eerste klasse terechtgekomen, na de start van zijn carrière bij KSV Sottegem, toen een vierdeklasser, hij speelde er in alle jeugdreeksen. Nico bleef zes jaar in Kortrijk, in het seizoen 1989-1990 verhuisde hij naar The Great Old. ‘Eigenlijk was ik de voorbereiding op het nieuwe seizoen al begonnen bij de West-Vlamingen’, zegt Nico Broeckaert. ‘Maar Dimitri Davidovic, die mijn trainer geweest was in Kortrijk, wou me er bij op de Bosuil, in het jaar dat hij coach werd bij Antwerp. Het was het jaar na Georg Kessler’, zegt Nico,’het jaar dat Antwerp zo lang aan de kop van het klassement stond.’ Broeckaert kwam er in een sterk team terecht: ‘En het was een groep vrienden’, vertelt hij. ‘Iedereen vocht voor iedereen.’ Een plezante bende, zegt hij. ‘Na de match dronken we graag een pintje samen.’ Of ze spraken met een groepje af, om vanuit de buurt van Gent, naar de trainingen in Antwerpen te rijden. ‘Dan verzamelden we aan de Hilton, langs de snelweg, en reden we in één auto, dat was met Wim De Coninck, en Wim Kiekens, Franky Dekenne en Patrick Van Veirdeghem, die uit Lokeren kwam. Mooie tijden waren dat.’

Antwerp begon slecht aan de strafschoppenreeks, in de finale tegen KV Mechelen. Michel Preud’homme – in het doel bij ‘Malinwa’ – redde de bal van Willy Vincent. Preud’homme schoot daarna zelf KVM op voorsprong.

‘Laat mij eens nadenken’, zegt Nico.
‘Ik heb een van de eerste strafschoppen genomen.’
‘Ik meen de tweede.’
‘Juist, hé?’
‘Want het is lang geleden.’
Het klopt: Nico schoot de tweede strafschop voor Antwerp raak.
‘Dat weet ik natuurlijk nog: hij zat binnen, mijn penalty.’
In het plafond van de goal, schreven de kranten achteraf in hun verslag.

Het bleef gelijk opgaan, en het blééf maar duren.
Het werd 6-6, en 7- 7, 8-8. Voor Mechelen hadden intussen RenéEykelkamp en Marc  Emmers gemist, voor Antwerp Willy Vincenten Rony Van Rethy.

Ratko Svilar trapte de 21e strafschop binnen, het werd 9-8. Toen ging Lei Clijsters – vader van Kim, grote man in het vaderlandse voetbal, in 1988 winnaar van de Gouden Schoen – achter de bal staan, voor KV Mechelen. Hij plaatste de bal links, maar Svilar redde. Antwerp won de beker.

De ploeg van de bekerwinst in 1992

"Op Antwerp kan alles"

Erik Van Looy

Een pandoering voor Spartak Moskou

The Great Old mocht zich opmaken voor een Europees avontuur, het jaar nadien. Trainer van Antwerp was toen Walter Meeuws. Nico Broeckaert had Meeuws al eerder leren kennen. In 1988, twee jaar na de wonderlijke ‘Mundial’ in Mexico, werd Meeuws eerst assistent-bondscoach bij de Rode Duivels, onder de vleugels van Guy Thys. Op termijn, was het de bedoeling, zou Walter Meeuws de fakkel overnemen van Thys, op weg naar het volgende wereldkampioenschap, dat in 1990 plaatsvond in Italië. Nico leek te passen in de plannen van Meeuws, hij kreeg zijn kansen bij de nationale ploeg, hij werd in augustus 1989 opgeroepen voor zijn eerste cap. ‘Maar toch heb ik de Wereldbeker gerateerd’, zegt Nico. Hij vertelt het zeer beeldend: ‘Walter Meeuws werd buiten gekuist, om Guy Thys terug te nemen.’ En Thys koos niet voor Broeckaert, ‘ook wel om communautaire redenen, vermoed ik. Er moesten ook Franstaligen in de selectie zitten. Zoals Jean-François De Sart’, zegt Nico.

‘Ja’, zegt Broeckaert. ‘Met Walter was ik erbij geweest in Italië.’ Nico speelde uiteindelijk twee keer voor de Rode Duivels, de laatste keer was dat op 25 oktober tegen Luxemburg, het werd toen (maar) 1-1, meteen het begin van het einde voor Walter Meeuws bij de nationale ploeg. België werd op het WK uiteindelijk in de achtste finales uitgeschakeld door Engeland, na een doelpunt van David Platt, in de allerlaatste minuut van de verlengingen. U kunt zich de onthutsing op de gezichten van de spelers en van de begeleiding nog zo voor de geest halen. U kunt zich de verbouwereerde Preud’homme nog voorstellen, met een plots asgrauw gelaat. Maar goed: dat is een ander verhaal...

Vlot liep het nog niet voor Antwerp in de eerste ronde van de Europabeker der Bekerwinnaars. Glenovan FC uit Noord-Ierland was de tegenstander. Het werd twee keer 1-1, zowel uit als thuis. Ook nu weer was Ratko Svilar de redder tijdens de strafschoppenreeks.

‘De supporters van Antwerp, die zijn toch wel heel speciaal’, zegt Nico Broeckaert. ‘Op de Bosuil, daar was altijd ambiance, zeker op den ouden Bosuil, met die gradinen en die staanplaatsen, zo’n beetje zoals op den ouden Heizel, ongelooflijk. Op die Tribune 2 is er zoveel sfeer, het is daarom dat die nog niet weg is, denk ik.’

Het leek in de volgende ronde, de achtste finales, een stuk gemakkelijker te gaan: in Wenen ging Antwerp op 21 oktober 1992 met 2-4 winnen tegen Admira Wacker. ‘De hazewinden Hans-Peter Lehnhoff, Alex Czerniatynski, Didier Segers en Cisse Severeyns hebben de Oostenrijkers pijn gedaan. Vier keer scoren op verplaatsing, het is niet niks’, schreef Gazet van Antwerpen in zijn verslag een dag na de match. Bij de rust was het in Oostenrijk nog 2-1, maar na de koffie sloeg Antwerp toe, met doelpunten van Didier Segers en Alex Czerniatynski (twee). In de krant zei Segers er dit over: ‘Een schitterend resultaat natuurlijk. Alleen begreep ik niet wat er in de eerste helft gebeurde. We hadden 1-4 moeten voorstaan en we keken tegen een doelpunt achterstand aan. Over twee weken moeten we thuis het karwei probleemloos kunnen afmaken.’

Maar dat liep dus niet probleemloos. Of, zoals Erik Van Looy het eerder al zei: ‘Dan denk je dat ze thuis een paar weken later, op 4 november, de klus eenvoudig zullen klaren. Maar neen, dan verliezen ze toch met 2-4. Het werd in de verlengingen nog 3-4, ze hadden zich tóch geplaatst, maar het was toch weer niet vanzelfsprekend. Op Antwerp kan alles.’

Antwerp kwam in de kwartfinale terecht, tegen Steaua Boekarest, een vervelende, stugge tegenstander: ‘Wat de Roemenen op de Bosuilmat toverden, was zeker geen hoogstaand voetbal. Integendeel, de jongens van trainer Iordanescu presenteerden het spelletje heel potig. R. Antwerp FC deed het stukken beter en speelde zoals het moest: snel en aanvallend.’ Alleen: er werden geen goals gemaakt, het bleef 0-0, en dus werd het een nare uitgangspositie voor de terugmatch.

En Antwerp was beducht voor het extreem harde spel van de Roemenen: ze kregen gele kaarten bij de vleet, en op het uur kon Bogdan Visan Bucur zich gaan wassen, hij kreeg rood. ‘Oerend hard voetbal’, schreef Luk De Ranter in Gazet van Antwerpen. Een mooie omschrijving voor vuil spel, was dat.

0-0 thuis, het is een vervelende uitslag. In Boekarest kon het, op 17 maart 1993 in het Ghenceastadion, voor 22.000 heetgebakerde Roemenen, zomaar mis gaan: een doelpunt is tenslotte vlug gemaakt, door Steaua, en dan wordt het achtervolgen. Zo gebeurde het ook: in de twintigste minuut scoorde Dumitrescu, het werd 1-0. Toen had Patrick Van Veirdeghem, een minuut eerder, al geel gekregen. En er volgden nóg kaarten, voor Constantin Galca, voor Didier Segers, voor Rudi Taeymans (twee keer zelfs, en dus rood), voor Ionel Fulga (rood!) en – veel later, op het einde van de match – voor Geert Emmerechts. Maar al die kaarten deden er eigenlijk niet meer toe, want een kleine tien minuten voor affluiten had Alex Czerniatynski gelijkgemaakt. En dus klonk het zo, in die tijd: ‘Great Old geschiedenis in! R. Antwerp FC is er voor het eerst in haar 113-jarige geschiedenis in geslaagd zich te kwalificeren voor de halve finale van een Europacup-tornooi. Acht minuten voor tijd gaf Czernia met een geplaatste kopbal de Roemeense doelman Stingaciu, die in de heenwedstrijd wonderen had verricht, het nakijken. Over de twee wedstrijden gezien gaat de Great Old verdiend naar de halve finale. Ook in Boekarest voetbalden de Roemenen niet echt opvallend. Ze liepen daarentegen opnieuw uitgebreid in de kijker als het op ‘schoffelen’ aankwam.’

‘Eens goed peinzen’, zegt Nico Broeckaert opnieuw. ‘De halve finale, tegen Spartak Moskou?’ ‘Ginder hebben we 1-0 verloren.’ Dat was op 7 april 1993. Spartak Moskou was een goede ploeg, maar Antwerp hield best wel goed stand, stevig georganiseerd, perfect spelend volgens de richtlijnen van trainer Walter Meeuws. Met dat kleine verlies was op de Bosuil véél mogelijk, de kans op de finale – op weg naar Wembley! – bleef nog altijd erg groot.

‘Die mannen hebben in de terugmatch heel de eerste helft geen bal geraakt’, zegt Nico. ‘En toch stonden we al direct met 0-1 achter.’ ‘Voor ’t zelfde geld was het dan gepasseerd, en konden we Wembley vergeten.’ Maar, zegt Nico: ‘We speelden een schitterende wedstrijd.’

Antwerp ging aan het vechten, aan het knokken. Zo’n kans: een match voor de geschiedenis, in Londen dan nog, in een magisch stadion, ‘heilige grond’ werd Wembley genoemd, de finale van de Europabeker. Dat konden Stojanovic, Van Veirdeghem, Broeckaert, Taeymans, Smidts, Van Rethy, Jakovljevic, Lehnhoff, Segers, Severeyns, Czerniatynski, Emmerechts en Moukrim niet aan zich laten voorbijgaan. Zij waren de mannen van een nu al historische halve finale, zij gingen ook nog de finale spelen, dat wilden ze, dat moesten ze.

Czerniatynski scoorde nog voor de rust. Na meer dan een uur spelen deden ook Dragan Jakovljevic en Hans- Peter Lehnhoff dat.

‘Toen werd het dus toch nog 3-1’, zegt Nico droog. Hij beseft nu, na al die jaren, nog altijd dat hij uitermate sterk speelde, die verrukkelijke donderdagavond. De loftrompet klonk, de dag na de triomf van 22 april. ‘Een verbluffend Antwerp, Antwerp met hart en ziel, een historisch moment, mirakels op bestelling. The Great Old zorgde gisteren in een sfeervol Bosuilstadion voor een nooit geziene stunt. De memorabele uitschakeling van Vitosha Sofia werd voorgoed uit het geheugen van de Antwerp-aanhangers gebannen. Als er nu over R.A.F.C. wordt gepraat, staat de pandoering die aan Spartak Moskou werd gegeven en de daaraan verbonden historische kwalificatie voor een Europese beker, centraal. Geen twijfel mogelijk.’

Antwerp plaatst zich voor de EC finale! Uitzinnige vreugde rond Hans-Peter Lehnhoff

God! Wa ies déés?!

Als vijfde Belgische club ooit – na Anderlecht, Club Brugge, Standard Luik en KV Mechelen – ging Royal Antwerp Football Club een Europese finale spelen. Dat het al die tijd de láátste Belgische club zou worden, nu al veertig jaar lang, wisten de 15.000 Antwerpsupporters die er op 12 mei 1993 op Wembley bij waren, niet.

‘Jongens, toch’, zegt Nico Broeckaert. ‘Tegen Parma, met Georges Grün.’ ‘Een goeie ploeg.’

Walter Meeuws was in die wonderlijke dagen van 1992 en 1993 de coach van The Great Old. ‘Antwerp,’ vertelt hij nu, ‘dat was een ploeg van extremen. Soms was het allemaal erg goed, soms liep het allemaal erbarmelijk fout.’ Dat zit in het DNA van de club, zegt Walter: ‘Uitschieters en dieptepunten in één seizoen, ups en downs, direct na mekaar, ongelooflijke wendingen in één match: dat was Antwerp.’

Dat Antwerp de finale van de Beker van België won na 22 strafschoppen is ook zo’n typisch geval: ‘We waren uiteindelijk toch nog gelijkgekomen tegen Mechelen, dan kwamen er penalty’s, en dan waren dat er maar direct een heel pak, het stopte maar niet. Dat was weer zoiets dat net Antwerp overkwam.’ En nog zoiets, vertelt Walter Meeuws: vrijwel altijd werd de finale van de Belgische Beker op de Heizel gespeeld. Maar in 1992 was dat níét het geval: ‘Wéér typisch’, zegt Walter: ‘Antwerp moest naar Brugge, het stadion in Brussel was niet beschikbaar.’

‘Antwerp had een sterke, stevige ploeg’, zegt de coach. ‘We speelden toen in de top vijf, in een competitie die stukken beter was dan dat nu het geval is. Topploegen kwamen met een ei in hun broek naar de Bosuil, ze verloren er ook vaak.’

En dus was de ploeg ook klaar om na de bekerwinst Europa in te trekken. Maar toch, zegt Walter: ‘We kregen in de eerste ronde tegen Glenovan bijna een koekje van eigen deeg. Die gasten speelden met dezelfde wapens als waarmee wij tegen toppers speelden: onverzettelijk, hard, ze smeten zich, zoals wij dat deden als het erop aankwam. Maar die Noord-Ieren hadden we dus onderschat. Bwa, kat in ’t bakkie, dachten we. Niet, dus. Tot het bijna verkeerd liep.’

Er waren twee matchen cruciaal, op weg naar Wembley. ‘Thuis tegen Admira Wacker.’ ‘Ineens scoorden die Oostenrijkers vier keer, uit het niets.’ ‘Terwijl we ginder, in Wenen, zélf zo sterk gespeeld hadden.’ Typisch, dus. ‘En dan thuis tegen Spartak Moskou’, zegt Walter. ‘Die Russen, die waren écht sterk. Later zouden zes, zeven van die mannen in Spanje gaan spelen.’ ‘Maar we zijn er dan toch weer doorgesukkeld.’ ‘Met een rode kaart, voor Ivanov.’ ‘En een dubieuze strafschop.’

Wembley leefde in alle geledingen van de club, vertelt Meeuws.‘Spelers, supporters, medewerkers, bestuur: iedereen leefde in een soort van euforie naar die finale toe.’ ‘En het was natuurlijk fantastisch dat die gespeeld werd op Wembley, dat was méér dan een compensatie voor het feit dat we de finale van de Beker van België niet op de Heizel hadden kunnen spelen.’

‘Er was geen bus meer te krijgen in heel Vlaanderen’, zegt Nico Broeckaert.’ ‘Al de supporters die mee de oversteek naar Londen wilden maken, hadden die ingepalmd.’ ‘Man, man, man.’ ‘Een belevenis’, zegt Walter.

De ploeg zette een topprestatie neer tegen Parma, vindt de coach van toen. Een zege zat er niet in, zegt hij. ‘Parma was een topploeg, met heel veel kwaliteit.’ ‘En Hans-Peter Lehnhoff had een lichte blessure, het besef daarvan sijpelde binnen in de ploeg.’ ‘En onze keeper speelde niet zijn beste match.’

‘Het werd 0-1’, zegt Nico. ‘En 1-1.’ ‘Toen maakte onze doelman een foutje.’ Het werd 1-2. En 1-3.

Geen schande, vindt Walter Meeuws. ‘Parma was sterk.’ ‘Te sterk.’

Antwerp fans op Wembley

Fishsticks in de kantine

In de wandelgangen werd in die dagen vaak gepraat over het bijgeloof van de coach. Walter Meeuws herinnert het zich nog. Het had te maken met dingen die gebeurden in aanloop naar de Europese werdstrijden: ‘Twee dagen voor zo’n match aten we eens fishsticks in de kantine. Omdat we een ronde verder gingen, zijn we dat blijven doen. En ik droeg eens een dikke jas, bij een van die koude verplaatsingen, ik bleef die dan maar dragen. Het zijn van die kleine dingetjes die op de duur een eigen leven gingen leiden. Dat werden items in de kranten, ik ging daar dan maar in mee.’

‘Ik heb de schoonste jaren van mijn carrière op de Bosuil beleefd’, zegt Nico Broeckaert. ‘We speelden zes jaar Europees.’ ‘Maar daarna ging het bergaf.’ ‘En als het slecht ging, dan stonden de supporters ons op te wachten.’ ‘Zo waren ze wel.’ ‘Dan gingen ze manifesteren.’

‘Antwerp kan ineens in een flow geraken’, vertelt Walter Meeuws. ‘Dan raakt op een of andere manier de hele stad gemobiliseerd.’ ‘Daar kun je niet onbewogen onder blijven.’ ‘Dat had wel iets.’

Walter Meeuws kwam bij Antwerp terecht na zijn periode als coach bij de Rode Duivels. ‘Ik ben bij de nationale ploeg zwartgemaakt, het was nog nooit gebeurd dat iemand zo werd afgebrand. Ik probeerde daar tegen te vechten, maar dat ging niet. Ik was slecht gemaakt, het kwaad was geschied.’ Daarom houdt Antwerp een plaats in het hart van Walter Meeuws. ‘Enkele jaren na het debacle bij de Rode Duivels heb ik met de Beker van België en de weg naar Wembley sportieve revanche kunnen nemen.’

‘En Antwerp blijft de laatste Belgische ploeg die een Europese finale speelde.’ ‘Dat zal nog veertig, vijftig jaar zo blijven.

De ploeg van de EC finale op Wembley
Cisse Severeyns scoorde tegen Parma, maar Antwerp verloor uiteindelijk met 3-1.

Liefdevolle kleuren

Een warme doorlichting van een unieke club. Antwerp Leeft!
Ontdek het boek Liefdevolle kleuren

Anderen kochten ook